Op 6 juni 2022 is ’t Wolters Hoes geopend in de oude kern van Nuth.

Na een jarenlange, gedegen restauratie van dit vervallen rijksmonument is een pareltje toegevoegd nabij de Platsbeek achter de H. Bavo Kerk.

Het rijksmonument kent een lange geschiedenis, na jarenlange leegstand en teloorgang, werd het vakwerkhuis in 2016 gekocht door de familie Gerritsen. Het rijksmonument werd deskundig gerestaureerd en omgetoverd naar een luxe vakantieverblijf voor gezelschappen tot max 8 personen, waarbij de authentieke sfeer en beleving van het rijksmonument optimaal werd behouden.

De restauratie is door de familie Gerritsen grotendeels eigenhandig uitgevoerd onder begeleiding van restauratiearchitect Ingrid Beckers en vakwerkspecialist Coen Eggen. De vakwerkconstructie met de leemvullingen is in oude eer hersteld, en de gevels zijn weer voorzien van houten kruiskozijnen. Veel oude details bleven bewaard of werden hersteld, ook in het interieur waar de oorspronkelijke elementen werden gecombineerd met hedendaags comfort.

Wolters hoes

Geschiedenis (met dank aan Coen Eggen en Miel Bruls).

Het huis is in het eerste kwart van de 17e eeuw gebouwd door een van oorsprong Duitse timmerman. De bouw wijkt af van wat gebruikelijk was in deze regio. Met name de sparrenkap boven het oorspronkelijke woonhuis wijst hierop en is de enige resterende sparrenkap in Limburg. Tevens zijn de groot van formaat uitgevoerde kruiskozijnen zeer uitzonderlijk te noemen. Het huis had van oorsprong een dakbedekking van stro en was uitgevoerd met een schilddak. De stal (nu woonkeuken) en hooizolder (nu 4 persoons slaapkamer) zijn in een later stadium aangebouwd met deels hergebruikt hout en voorzien van zgn. Kempisch vlechtwerk dat zich kenmerkt door van binnen opgespijkerde staken in plaats van tussen de regels geklemde staken. Het linkerbeen van het huis is in de jaren '50 gesloopt t.b.v. nieuwbouw. 

Verder is er een (vooralsnog onbevestigd verhaal) dat het huis in opdracht van het kapittel van Aken gebouwd is. 

In de stukken kan worden teruggegaan tot halverwege de 18e eeuw (het huis is dan al ruim 120jaar oud) en de eerste bekende bewoner van het huis is pastoor Hendrik Wolters. Hij is pastoor van Nuth tussen 1722 - 1760, en was vanuit zijn rol als pastoor bij meerdere terechtstellingen van Bokkenrijders aanwezig om de laatste zalving te verlenen. Hij koopt het huis omdat hij oud, blind en 'lam' was en de dagelijkse weg naar de kerk vanuit de oude pastorie te ver voor hem was. Wanneer hij op 7 oktober 1761 in zijn huis komt te overlijden wordt het huis geërfd door zijn zusters Anna Wolters, Maria Wolters en zijn broer Jacob Wolters. Jacob Wolters koopt het huis van zijn zusters voor 715 gulden en 10 stuivers Brabants Maestrichter Cours verminderd met zijn erfdeel. 

De zoon van Jacob Wolters, Hendrik Wolters en diens vrouw Maria van Loey bedrijven er in de Franse tijd tussen 1794-1814 een herberg. 

De zus van Hendrik Wolters is in 1767 getrouwd met Martin Acampo en zij krijgen 11 kinderen. Hun oudste zoon, Balthasar Acampo koopt op 11 mei 1829 het huis na het overlijden van Hendrik Wolters in 1828. 

Het huis wordt verhuurd in 1830 aan Jan Pieter Morisch, schrijnwerker. 

Het huis komt vervolgens in bezit van de zoon van Balthasar Acampo, Martin Acampo en diens vrouw. Vervolgens wordt hun zoon Jan Jacob Acampo tot 1910 eigenaar van het huis.

Vervolgens komt het huis begin 20e eeuw in bezit van Jan Lodewijk Harst die herbergier van beroep was. Hij en zijn vrouw Maria Joanna Wintjens krijgen er 10 kinderen, een van hen is Joseph Alphons Harst die het huis na zijn ouders gaat bewonen. 

Joseph Harst huwt met Maria Elisabeth Coenen. Joseph Harst komt op 37-jarige leeftijd te overlijden aan de gevolgen van een bloedvergiftiging. 

Maria Elisabeth Coenen hertrouwd later met Zef Spaetgens waarmee zij na de oorlog meerdere zonen krijgt. 

De laatste bewoner was Alphons Harst die het huis in augustus 2016 verkocht nadat het circa 15 jaar onbewoond was geweest.

Heeft u gevonden wat u zocht?