Vanaf 1 maart nieuwe richtlijn voor beoordeling hulp in het huishouden (Wmo)

De druk op huishoudelijke ondersteuning (Wmo) neemt toe door vergrijzing, langer zelfstandig wonen, complexere zorgvragen en personeelstekorten. Om ervoor te zorgen dat we ook in de toekomst iedereen kunnen helpen die het nodig heeft, gaat ook de gemeente Beekdaelen werken met een nieuwe, landelijke manier van beoordelen. In de regio zijn er al gemeenten die hiermee werken.

Doel: een veilig, leefbaar en schoon huis

De nieuwe richtlijn helpt de Wmo-consulenten te beoordelen hoeveel huishoudelijke hulp nodig is voor een veilig, leefbaar en schoon huis. Met die uitgangspunten wordt gekeken naar de persoonlijke situatie en op basis daarvan wordt bepaald hoeveel hulp iemand krijgt. De gemeente beoordeelt de situatie opnieuw als de huidige indicatie afloopt of als iemand een wijziging aanvraagt.

De zorgaanbieder regelt wie de hulp geeft en hoe de hulp wordt ingepland. De gemeente blijft hierover in contact met alle zorgaanbieders.

Onderstaand vindt u aanvullende informatie.

Aanvullende informatie

Vraag 1 - 'Waarom doen jullie dit?'

Steeds meer mensen hebben zorg nodig. Tegelijk is er minder personeel en minder geld om die zorg te geven. Het nieuwe normenkader helpt ons om de ondersteuning eerlijk, duidelijk en toekomstbestendig te organiseren. Het is een landelijke richtlijn die gemeenten helpt om situaties op dezelfde manier te beoordelen.

Vraag 2 - 'Verandert mijn hulp/ de indicatie nu meteen?'

Nee, uw huidige indicatie blijft zoals hij is. We passen niets aan totdat uw indicatie afloopt of als u zelf een aanvraag voor wijziging indient. Pas dan krijgt u een gesprek met een consulent en wordt uw situatie opnieuw beoordeeld.

Vraag 3 - 'Krijg ik straks minder hulp?'

Dat weten we pas bij uw herindicatie. Er wordt altijd gekeken naar uw persoonlijke situatie. Soms blijft het aantal uren hetzelfde, soms verandert het. Dat bespreekt de consulent uitgebreid met u.

Vraag 4 - 'Wat als ik veel minder krijg dan nu?'

Als de nieuwe beoordeling meer dan een half uur lager uitvalt, geldt er een overgangsregeling. Dat betekent dat u niet ineens teruggaat in uren. Er wordt samen met u gekeken hoe de overgang zorgvuldig kan worden gedaan.

Vraag 5 – 'Wat als mijn hulpverlener ‘meer tijd nodig heeft’ dan mijn nieuwe indicatie?'

De consulent beoordeelt wat noodzakelijke ondersteuning is volgens de Wmo. Professionele signalen uit de praktijk blijven hierbij belangrijk. Indien een dergelijk signaal komt, zal samen bekeken worden of dit verzoek objectief onderbouwd kan worden en het aanpassen van de indicatie nodig of dat er andere afspraken gemaakt moeten worden.

Vraag 6 – 'Wanneer hoor ik iets?'

U wordt vanzelf benaderd op het moment dat uw indicatie bijna afloopt. U hoeft hiervoor niets te doen.

Vraag 7 – 'Moet ik zelf bellen voor een gesprek?'

Nee hoor. De gemeente neemt contact met u op. Als u zelf vindt dat de situatie veranderd is, kunt u uiteraard eerder contact opnemen met de toegang en vragen voor een nieuwe beoordeling.

Vraag 8 – 'Blijft mijn hulp dezelfde persoon?'

Dat bepaalt de zorgaanbieder: de gemeente bepaalt de indicatie, de zorgaanbieder bepaalt de inzet. Meestal verandert er niets, maar we kunnen het niet garanderen.

Vraag 9 – ‘Wat als ik het niet eens ben met de indicatie?’

De consulent zal dit in het onderzoek uitgebreid met u bespreken. Is dit onvoldoende? Dan kunt u bezwaar maken. In de nieuwe beschikking staat hoe u dit kunt doen.